Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
| archiefvormer | foto's: Wim Wegman |
|---|
Wat roken die stoomlocs, zeg. En als ze stoom afblazen, moet je er ook niet naast gaan staan. Je vliegt in die luid sissende hogedrukstraal waarschijnlijk kokend je schoenen uit. Maar nostalgisch is het allemaal wel, hier in het uiterste puntje van Zuid-Holland. Zo reisde men dus in, pak ‘m beet, 1910, 1930 of 1950. Sober en Spartaans, in stinkende kolenrook.
RTM-Ouddorp is een museum zonder opsmuk. De rijdende collectie is gehuisvest in een rechttoe rechtaan loods, de foto’s, kaarten, modellen en tramattributen in enkele keten. Het museumcafé bestaat uit een paar tafeltjes en stoelen en een geïmproviseerde koffiebar tussen de trams. Allemaal erg eenvoudig dus. Desalniettemin is het museum, voor wie van stoom, diesel of de Zuid-Hollandse eilanden houdt, een bezoek meer dan waard.
RTM-Ouddorp belicht de geschiedenis van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij die na haar paardentramtijd in Rotterdam, haar koers naar het gebied buiten en vooral ten zuiden van de stad verlegde. De Rotterdamse haven groeide eind negentiende eeuw als kool, wat talloze bewoners van de Zuid-Hollandse eilanden aantrok. Omdat die op gezette tijden familie en vrienden wilden bezoeken, ontstond er steeds meer behoefte aan vervoer tussen de stad en de eilanden. De RTM sprong in 1898 in dat gat met interlokale stoomtrams.
In de jaren daarna stampte de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij een compleet netwerk uit de grond in de Hoeksche Waard en op Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland. Met haar trams en veerboten knoopte ze alle eilanden aan elkaar. Ze vervoerde daarbij niet alleen personen, maar ook steeds meer goederen. Om die op een nette manier te verschepen, legde de RTM in enkele plaatsen uitgebreide tramhavens aan. Ze ontwikkelde zelfs speciale bakken die makkelijk van schepen op tramstellen kunnen worden gehesen: containervervoer avant la lettre.
Na de Watersnoodramp stortte het tramimperium snel in. Door het Deltaplan kwamen veel veerdiensten te vervallen, waardoor ook de tramexploitatie in duigen viel. Bovendien bleken veel trambanen door de stormvloed te zijn aangetast. Reparatie kostte een vermogen. Halverwege de jaren ’50 verdwenen de tramdiensten op Goeree-Overflakkee en in de Hoeksche Waard. In 1966 reed de laatste tram tussen Hellevoetsluis en Spijkenisse. Bussen namen het vervoer definitief over. De RTM ging enkele decennia later via de ZWN over in Connexxion.
De veelzijdige geschiedenis van de RTM komt in Ouddorp uitgebreid in beeld. Het museum heeft meer dan vijftig rijtuigen in zijn collectie, waaronder stoomlocs, diesellocs – onder meer de typische houten motorwagen van de MBS – bijwagens en goederenwagens van de meest uiteenlopende soort. In de RTM-loods kunnen bezoekers in veel goederenwagens een kijkje nemen. Het museum toont op een eenvoudige, maar aansprekende manier hoe de wagons destijds zijn gebruikt. En bezoekers kunnen dus een ritje maken met het antieke spul. Gedurende de zomermaanden en op wisselende tijden daarbuiten rijden de stoom- en dieseltrams over de zes kilometer lange baan die RTM-Ouddorp tussen de Punt en de Kabbelaarsbank heeft aangelegd.
Het museum heeft ook vier bussen in zijn bezit. Geen van die wagens staat op dit moment in Ouddorp. RTM hoopt ze in de toekomst, als er wellicht meer ruimte in het museum beschikbaar is, alsnog te kunnen tonen. Meer informatie is te vinden op de website van het museum.
door Wim Wegman
Luister naar Mark Grootendorst en Eric van der Reiden van RTM Ouddorp in het radioprogramma Middag aan de Maas van RTV Rijnmond (voorjaar 2012)
0 Reacties