Begrafenis van de hond van schout De Bont

archiefvormerMaker: Anoniem
ontstaansdatumBegin 18e eeuw
depotStedelijk Museum De Lakenhal, Leiden
url www.lakenhal.nl

Schandaal en satire in Rembrandts tijd

Op 29 januari 1634 gaf de Leidse schout Willem de Bont zijn overleden gezelschapshondje Tyter een pompeuze begrafenis. De heftige reacties van tijdgenoten laten zien dat er meer achter dit zonderlinge voorval schuilging. Tyters begrafenis werd even bekend als de beruchte reputatie van zijn baas. Rembrandt, die destijds in Leiden woonde en werkte, moet het tweetal geregeld zijn tegengekomen.

Religieuze twisten


De begrafenis vond plaats in een tijd van religieuze spanningen. Twee calvinistische partijen, de rekkelijke remonstranten en de rechtzinnige contraremonstranten, waren geregeld met elkaar in conflict. De spanningen liepen zo hoog op dat er in 1617 een burgeroorlog dreigde. Dit was voor prins Maurits aanleiding om openlijk voor het contraremonstrantse kamp te kiezen. Zijn belangrijkste rivaal Johan van Oldenbarnevelt steunde de remonstranten. Sindsdien werd de binnenlandse politiek volledig door het conflict beheerst. Op de Dordtse Synode van 1618 werd het contraremonstrantse calvinisme tot ware leer verheven. Het werd remonstranten verboden om erediensten te houden, te preken of bijeen te komen.

Machtsconflict


In 1617 nam het remonstrantsgezinde Leidse stadsbestuur huursoldaten, ‘waardgelders’, in dienst. Prins Maurits zag hierin een aantasting van zijn positie als bevelhebber. Vanaf 1618 zuiverde hij de ene stadsregering na de andere van remonstrantse bestuurders. Leiden kwam in oktober van dat jaar aan de beurt. Remonstrantse kopstukken werden op bevel van Maurits gearresteerd. De pensionaris van Leiden, Rombout Hoogerbeets, werd veroordeeld tot levenslange gevangenschap. Van Oldebarnevelt kreeg de doodstraf. Op lokaal niveau werden intellectuelen, predikanten, schutters en leden van de elite uit hun functie gezet. Het is in deze tijd dat Willem de Bont werd benoemd tot schout van Leiden.

Moordcomplot


In 1623 werden plannen voor een aanslag op prins Maurits verijdeld waarbij twee zonen van Oldebarnevelt waren betrokken. Drie medeplichtigen waren Leidenaren. Zij werden op 21 juni 1623 voor het Gravesteen onthoofd. Veel mensen keerden zich nu definitief van de remonstranten af. Als schout moest De Bont samenscholende remonstranten arresteren. Maar keer op keer maakte de schout de verwachtingen niet waar. Onder druk van het stadsbestuur voerde hij eind 1633 een reeks aanhoudingen uit. Het hoogtepunt viel op nieuwjaarsdag van 1634 toen De Bont en zijn dienders gewapenderhand de remonstranten aanvielen. Elf dagen later overleed De Bonts hondje Tyter op mysterieuze wijze. Was dit de wraak van de remonstranten?

Spotliederen en schimpdichten


Na de dood van zijn hond deed De Bont iets ongehoords. Hij gaf Tyter een begrafenis die alleen kinderen van de elite kregen. In liederen en gedichten stelden remonstranten de schout en het stadsbestuur dat hieraan meedeed aan de kaak als schenders van traditie. Het schandaal was geboren: terwijl hij zijn hond als mens behandelde, behandelde De Bont de remonstranten als honden. Tyters verhaal werd door Jan Miense Molenaer getrouw uitgebeeld op twee schilderijen. Dat is bijzonder want 17de-eeuwse pendanten die de inhoud van een eigentijds lied weergeven zijn zeldzaam. Overigens is uit recent onderzoek gebleken dat het schilderij een vroeg 18e-eeuwse kopie is.

Links


Stedelijk Museum De Lakenhal
Reportage in radioprogramma OVT over de hond van Schout de Bont (2006)
(VPRO Geschiedenis)

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen