Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
| archiefvormer | Provincie Zuid-Holland |
|---|---|
| ontstaansdatum | 1968 |
| toegang | Provinciale Planologische Dienst in Zuid-Holland (1938) 1945-1986 |
| toegangsnummer | 3.02.43 |
| inventarisnummer | 809 |
| depot | Nationaal Archief |
Onze stedelijke nederzettingen wekken een steeds groter onbehagen op. Vooral het wonen in de nieuwe stadswijken wordt niet hoog gewaardeerd. Dat is zorgwekkend.’ Zo begint de brochure Hoe wonen we morgen? die de Provincie Zuid-Holland in 1968 uitgaf en waarvan hier twee bladzijden te zien zijn. Tekst en foto’s waren oorspronkelijk opgenomen in het jaarverslag over 1967 en geven een beeld van hoe de provincie eind jaren zestig aankeek tegen de onleefbaarheid van de nieuwe buitenwijken.
Erg positief was de provincie niet over de uitgestrekte nieuwbouwwijken die in de jaren na de oorlog waren verrezen om de babyboom op te vangen. Vooral het gebrek aan speelruimte voor kinderen werd als zorgelijk ervaren. Ooit was de straat een ‘erf’ geweest, maar de auto had het buurtleven ‘verschraald’. Bijzonder bevreesd waren de auteurs voor de ‘geprefabriceerde bungalows’ waar veel Zuid-Hollanders wel wat voor zouden voelen. Zij gaven toe dat zulke vrijstaande eengezinswoningen weliswaar volop (speel)ruimte rondom het huis boden. Maar als iedereen een vrijstaande bungalow zou bewonen, zou Zuid-Holland er helemaal door worden overdekt.
Zij zagen dan ook geen alternatief voor het compacte wonen in de stad. Het aanstellen van bekwame architecten en stedenbouwkundigen moest nieuwe nieuwbouwwijken leefbaarder maken, evenals het strikt scheiden van de verschillende verkeersstromen – met andere woorden: het aanleggen van autovrije straten en woonerven. Op de afgebeelde pagina’s zijn voorbeelden te zien van buitenlandse projecten die Zuid-Hollandse bestuurders en architecten moesten inspireren.
0 Reacties