Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
| ontstaansdatum | 1722 |
|---|---|
| archief | 1250 |
| inventarisnummer | 46 |
| depot | Gemeentearchief Rotterdam |
Net als andere Zuid-Hollanders lieten ook de bewoners van Berkel en Rodenrijs in het verleden door de notaris overzichten opstellen van hun bezittingen. Op die manier wisten de erfgenamen exact wat er na het overlijden van de eigenaar aan kostbaarheden te verdelen was. Dit zijn twee bladzijden uit de boedelinventaris uit 1722 van Maartie Jansdochter Pierjan, weduwe van Dirk Konijnenburg. Niet alleen haar ‘huijscieraden’ en meubels zijn vermeld, maar onder meer ook ‘drie kussens’, ‘twaalf hemden’, ‘elf mutsen’, ‘vijf servietten’, ‘sestien pont garen of vlas’ en een ‘naijmandtie’ [mandje met naaigarnituren]. Dankzij dit soort boedelinventarissen kunnen wij ons een tamelijk nauwkeurig beeld vormen van de materiële bezittingen van Zuid-Hollanders in het verleden.
0 Reacties