Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
| archiefvormer | Burgermeester Van Vollenhoven |
|---|---|
| ontstaansdatum | 1875 |
| archief | Archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: 9e Afdeling Medische Politie, 1850-1880 |
| toegang | Inventaris van het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: 9e Afdeling Medische Politie, 1850-1880 |
| toegangsnummer | 2.04.21 |
| inventarisnummer | 188 |
| depot | Nationaal Archief |
Structurele politieke aandacht voor het milieu bestaat pas sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw. Toch waren de bewoners van het dichtbevolkte Zuid-Holland ook in eerdere eeuwen al doordrongen van de gevaren van ernstige milieuverontreiniging. Dat blijkt onder meer uit dit telegram uit 1875. Het werd verzonden nadat een schip 40.000 kg zeer giftige vloeibaar arsenicum in de Rijn had gelekt. De vervuiling van de rivier was al een feit, maar men vreesde ook ernstige schade voor de Noordzee, toen nog de leefomgeving van enorme scholen haring en kabeljauw.
Het telegram zorgde voor grote onrust in het land, niet alleen onder vissers uit Vlaardingen, Scheveningen en Maassluis, maar ook onder burgers. Zij durfden geen vis meer te eten, uit angst voor een arsenicumvergiftiging. Er verschenen grote stukken in de krant en de Tweede Kamer stelde kritische vragen. In reactie zegde de regering een grondig onderzoek toe en beloofde het de burger dat er geen vergiftigde vis in omloop zou komen.
0 Reacties