Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
| ontstaansdatum | 16 april 1746 |
|---|---|
| archief | Archief Stadsheerlijkheden Leiden |
| inventarisnummer | 248 |
| depot | Regionaal Archief Leiden |
Een buitenplaats was niet voor iedereen weggelegd. Een 'speeltuin' of 'lusthof' was haalbaar voor een grotere groep burgers. Welvarende stedelingen die behoefte hadden aan rust en frisse lucht lieten buiten de stadspoorten speeltuinen aanleggen, waar ze op mooie zomerdagen overdag naar toe konden gaan. In deze akte van transport is te lezen dat Juffrouw Sophia Klinckhamer een "seer vermakelijke, wel bepoote en beplante speelthuyn, met speel en kookhuijsje" verkocht heeft aan Henricus du Pon. De tuin was gelegen "buijten de Hogewoerdspoort der stadt Leijden, op het Broederspadt", in de ambacht Leiderdorp. De akte is opgesteld op 16 april 1746 door schout en schepenen van Leiderdorp.
Henricus du Pon betaalde tweehonderdvijftig gulden voor de tuin, met een "custingbrief", een schuldbekentenis. In de akte staat dat hij het bedrag mocht betalen "met termijnen van vijftig gulden 's jaars." Daarbij kwam ook nog een rente van 3% "van alle de onbetaalde cooppenningen".
0 Reacties