Met de Carsjensboot over Braassemermeer en Kagerplassen

(Door Fons van Rijn, Stichting Oud Alkemade) “Een tochtje, zóó mooi en zóó vol afwisseling, waar men nog lang en met genoegen aan zal terugdenken”. Met dergelijke zinnen probeerde Stoombootmaatschappij Carsjens aan het begin van de vorige eeuw klanten te werven voor “een van de mooiste watertochten welke in Holland te maken zijn, de tocht over de Braassemer- en Kagermeren.”

De salonboot van Stoombootmaatschappij Carsjens vertrok gedurende de zomermaanden vrijwel elke dag om 12.30 uur vanaf de Leidse Beestenmarkt en arriveerde daar weer ruim vier uur later. De tocht verliep via de Oude Vest naar de Haven om vervolgens via Leiderdorp, Koudekerk, Woubrugge, Oude Wetering, Nieuwe Wetering en de Kagerplassen weer in Leiden te belanden.

Tijdens de tocht werd getracht het de reizigers naar de zin te maken: ‘De sierlijk gepavoiseerde (met vlaggen versierde) boot heeft een welingerichte keuken, waar onder leiding van een bekwaam kok, de door de reizigers verlangde spijzen smakelijk worden bereid, en in de daarvoor gezellig ingerichte glazen deksalon op keurig gedekte, met bloemen versierde tafeltjes worden opgediend’.
Het tochtje kostte 50 cent, kinderen half geld.

Goede zaken
De stoombootmaatschappij was in 1855 opgericht door de toen 46-jarige in het Duitse Emmen geboren Frederik Carsjens. De eerste jaren werkte hij vanuit Alphen aan den Rijn en het toen nog zelfstandige Oudshoorn. Het eerste schip was nog uitgerust voor zowel passagiers- als vrachtvervoer. Het bedrijf onderhield onder meer diensten op Amsterdam, Gouda en Leiden.

Blijkbaar deed Carsjens goede zaken, want rond 1870 nam de concurrentie van andere maatschappijen toe van onder meer De Volharding, Bus en J. van der Tang. Ze zaten nogal eens letterlijk in elkaars vaarwater, zozeer dat de minister van Binnenlandse Zaken dreigde met het intrekken van de concessie als er weer sprake zou zijn van opzettelijke aanvaringen. (Foto links: Een boot van Carsjens in het begin van de vorige eeuw bij de aanlegsteiger van hotel Hollandia in OUde Wetering, ter hoogte van Veerstraat 8.)

In 1876 volgde de in Oude Wetering wonende zoon Wouter Carsjens zijn vader op. Deze Wouter overleed in 1897, waarna P.J. Weijenberg, een aangetrouwd familielid, het roer overnam. In 1915 werd het bedrijf failliet verklaard, nadat Weijenberg een jaar eerder was overleden. De stoomboot-maatschappij werd ingehaald door nieuwe technische ontwikkelingen, het personenvervoer werd overgenomen door de auto, bus en trein. Daar kon de sierlijk gepavoiseerde salonboot – zelfs al was hij voorzien van een welingerichte keuken die smakelijke spijzen bereidde – niet tegenop.

Dit artikel van Fons van Rijn is eerder gepubliceerd in Alkmadders (maart 2012), de kwartaaluitgave van Stichting Oud Alkemade

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

2 Reacties

Redactie | 4 februari 2013 om 10:37

@Willem Een mooie aanvulling, bedankt! Dat moet dan haast wel familie van je zijn? Deze prachtige foto komt trouwens ook in het magazine over de geschiedenis van het openbaar vervoer dat eind maart verschijnt. Als je je adres mailt naar redactie@geschiedenisvanzuidholland.nl dan stuur ik je t.z.t een exemplaar.

Willem de Wit | 4 februari 2013 om 09:38

Op de kade wacht Hilletje van Wieringen( overl. 4 jan 1918) op haar man Jan de Wit( overl. 14 sep 1914), schipper op deze boot

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen